Jammer
Een poosje geleden liet iemand me een jammer zien, een uiterst nuttig apparaatje met mooie mogelijkheden.
Het boekenvak kan er door opkrabbelen, ik noem maar een mogelijkheid.
Er zijn meer mogelijkheden, maar ze zijn al meteen de grond ingeboord, want de jammer mag niet. Wie een jammer heeft kan rekenen op bezoek van de politie of van lieden van het Agentschap Telecom die geen boodschap hebben aan verhoging van de kwaliteit van leven.
Voor het geval u geen idee hebt waar dit stukje over gaat: een jammer is een stoorzendertje, een klein, handig apparaatje waarmee nutteloos gekwek is lam te leggen. De uitvinder zou een standbeeld moeten krijgen, een onderscheiding in elk land waar mobieltjes zijn, en voldoende geld om de rest van zijn leven ongestoord op een tropisch eiland te kunnen doorbrengen, hij verdient het.
Stop een jammer in uw broekzak en u kunt ongestoord eten in een restaurant, boodschappen doen zonder dat een malloot naast u vraagt of hij achterham moet hebben of toch beenham en hoeveel plakjes er in een pakje moeten zitten, naar een film kijken zonder dat iemand in de rij voor u zijn baas uitlegt dat hij niet op tijd bij een klant kan zijn omdat hij in de file staat.
Door de jammer wordt het ook weer leuk in de trein.
Ik lees als ik in de trein zit. Herstel: ik probeer te lezen. Dat lukt zelden omdat mevrouw via haar mobiel laat weten wat ze heeft aangeschaft, meneer doet alsof hij de baas van alle bedrijven in Nederland is en kinderen vriendjes, oma’s, ouders en kennissen op de hoogte brengen van hun opzienbarende inzichten in de manier waarop ze rust kunnen verpesten.
Gelooft u me niet? Ga maar een paar uur in een stiltecoupé zitten. Lezen is er onmogelijk geworden, niet alleen voor mij, maar voor iedereen die graag rust aan zijn kop heeft. Het heeft geen enkele zin om voor aanvang van een treinreis een boek te kopen omdat je het nog niet redt tot pagina 10.
De jammer kan zorgen voor rust en dus voor een enorme opleving van de verkoop.
De jammer is geweldig.
Behalve dan dat de jammer verboden is.
Daarom vraag ik mensen die actiever zijn dan ik om de handen uit de mouwen te steken: help me en richt het CBJ op, het Comité ter Bevrijding van de Jammer. (augustus 2010)
Vuurtoren
Enschede had al het lelijkste Delfts Blauwe ketelhuis van de wereld en bezit nu ook de kleinste vuurtoren. Als gemeentebestuur en VVV niet zo labbekakkig waren dan zouden ze er veel toeristen mee kunnen trekken. De vuurtoren staat aan de kleinste zee denkbaar en met een beetje handigheid breng je er busladingen Aziaten mee in extase. ‘Het lijkt wel een vijver.’ ‘Nee hoor, we noemen het zee. De Noord Esmarkerrondweg Zee.’ Het peil in de zee wordt geregeld middels een pompsysteem dat heel bijzonder moet zijn, want tientallen mensen zijn er honderden uren mee in de weer geweest. Volgens mijn buurman regelt het vrijwel niks, maar dat zal een misverstandje zijn. Aan de rand staat het vuurtorentje, een vaalgroen/grafitti kastje met een lamp die knippert ter waarschuwing van mensen die de zee willen oversteken: hier op aan, verderop is het gevaarlijk.
Tot zover mijn fantasie.
Nu de werkelijkheid.
De lamp knippert als het pompsysteem niet werkt.
De lamp knippert al drie weken.
Hé, toeval, net de drie weken van de bouwvak.
In de bouwvakvakantie mag een systeem falen.
Gevolgen heeft dit niet gehad, dus waarschijnlijk had mijn buurman gelijk toen hij zei: ‘Allemaal flauwekul, dat ding bij de vijver, pure geldwegsmijterij.’ (augustus 2010)
Glasvezelkabel
Begin van het jaar kwam een enthousiaste meneer de zegeningen van glasvezelkabel verkondigen. Alles kon draadloos, de televisie, de radio’s, de computers. Alles. En als we het pakket brons namen dat ruim 60 zenders bevatte, zouden we voor hetzelfde geld een half jaar lang het pakket zilver krijgen met 40 zenders extra.
Alles zou gratis en voor niks worden aangelegd.
Toen kwam de monteur, een heel aardige man die opkeek van wat ons was beloofd.
‘De computer kan via een usb,’ zei hij, ‘maar niet uw tweede computer, want die heeft Windows XP met servicepack 1, en u moet servicepack 2 hebben. Servicepack 2 kunt u downloaden, maar daarvoor moet u op internet zitten en, inderdaad, u kunt pas op internet als u servicepack 2 hebt gedownload, ik wens u veel succes.’
De radio’s konden worden aangesloten op een zendersysteem, maar niet mijn radio’s, want die waren te oud. ‘U hebt geen tulpaansluiting en zonder tulpaansluiting kan ik niks. Met tulpaansluiting ook even niet, want voor radio’s hebt u aparte kastjes nodig en die heb ik niet bij me.’
De televisie in de kamer kreeg een aansluiting via een kabel, de tv die in de slaapkamer had gemoeten kreeg niks, want die was ook te oud.
Het ene kastje dat aan de muur zou komen werden er drie, waarvan twee gevuld met irritant knipperende lichten en we moesten naar de stad om een stekkerdoos te kopen voor zeven aansluitingen, want anders konden we de telefoon wel vergeten.
We hebben nu wat we hadden: een werkende tv, een werkende computer en een werkende telefoon. We hebben ook in de kamer drie kastjes aan de muur en een onder de televisie.
En dat zilverpakket?
Daar wist niemand iets van, maar een heel aardige mevrouw van KPN zei dat ze zou proberen daar iets op de vinden. (juli 2010)
Taal
Ik ben bijna veertig jaar journalist geweest en geloof me: ik mis het vak geen dag.
Maar ik verbaas me wel vaak.
Bijvoorbeeld over de nieuwe aanpak en het nieuwe taalgebruik.
Lees het bericht mee met de duizelingwekkende kop: Politieagent ziet man fietsen op zijn gestolen fiets.
‘Enschede - Een surveillerende agent van de politie Twente stond maandagmiddag perplex. Tegen drie uur zag hij op de Marktstraat in Enschede een man fietsen. Natuurlijk was het niet dat feit dat hem bevreemdde, maar wel het ijzeren ros waarop de man peddelde.’
Zo gaat het even door.
In mijn tijd zou de collega die blijk gaf van een zo verregaande taalarmoede zijn ontslagen.
Nu wordt hij waarschijnlijk toegejuicht door zijn werkgever Wegener, want de taal die in het hoofdkantoor wordt gebruikt is ook goed voor akelige rillingen.
Een citaat uit het jaarverslag 2009: Wegener maakt inmiddels een transitie door van een productgerichte organisatie naar een crossmediaal contentbedrijf.
Zelfs als je snapt wat je schrijft dan nog schrijf je het niet zo op, leerden wij vroeger met harde hand van collega’s die liefde hadden voor de Nederlandse taal. (juli 2010)
Plakken
Het grote verkiezingsbord werd bij de vijver geplaatst. Het werd een stukje verderop gezet. Het bleef leeg, een hele week. Toen kwam er een auto. Twee mannen plakten een biljet van het CDA op het hout, daarna van de PvdA, de VVD, de SP, veertien biljetten in totaal met ruimte voor de partijen die te laks waren geweest om op tijd reclamemateriaal te leveren.
Vroeger kwamen mannen die behoorden tot het gestaalde kader van een partij. Ze plakten zoveel biljetten als ze konden, liefst over die van de grootste concurrent.
Die mannen zijn verdwenen. Alles gaat nu in een keer, netjes in het gelid en even fantasieloos als het verloop van alle campagnes. (juni 2010)
Douwe
Op het pak met koffiepadjes van Douwe Egberts zat weer eens een sticker, met een actiepunt en ‘supersnel sparen voor Hollandsche waaren’. Via de computer zou ik iets kunnen winnen. Ik deed wat ik doen moest en kreeg de melding dat ik Adobe Flash Player moest downloaden. Vooruit dan maar. Ik loade down en kreeg de volgende tekst: Helaas, u hebt geen webcam.
Die heb ik niet, nee, en als DE meteen had gevraagd of ik er een had dan had ik die Adobe Flash Player niet binnen hoeven halen. DE deed nog wel de suggestie om bij de buren om een webcam te gaan vragen en dan meteen gezellig een kop koffie met ze te gaan drinken.
Dat heb ik niet gedaan
Ik heb de DE-koffie uit huis verwijderd en een ander merk gekocht. (juni 2010)
Verkiezingsborden
Soms gaat het goed bij de gemeente, soms gaat het zelfs zo geweldig dat ik er van sta te kijken.
Vorige week werden bij de vijver tegenover mijn huis ijzeren buizen de grond ingeslagen, bedoeld voor borden waarop de politieke partijen mogen beweren dat ze het goed met ons voorhebben.
De vijver is breed en erlangs is veel gras, maar de mannen met de buizen sloegen ze precies voor het huis van de buurman in de grond. De buurman voert een langjarige strijd met gemeente en politie (zie het stukje Bange politie) om wildkampeerders te weren.
Omdat ik een slechte inborst heb dacht ik meteen: opzet, ze zetten de buizen daar om de buurman te pesten.
Maar nee, verkeerd gedacht. Eén telefoontje van de buurman was voldoende. Hij belde om negen uur in de ochtend en voor twaalf uur waren de buizen verplaatst naar de plek waar ze hoorden te staan.
‘Zo snel heb ik de gemeente nog nooit zien reageren,’ zei ik tegen mijn buurman. ‘Ik was van plan een boos stukje te schrijven.’
‘Hoeft niet meer,’ zei hij. ‘Maak er maar een positief stukje van.’
Bij deze. (mei 2010)
Rangen en standen
De rangen en standen zijn terug. In de schouwburg en in het muziekcentrum. In twee zalen hoef je minder te betalen ... als je maar bereid bent om op de rotplekken van de vierde rang te zitten. Wil je de mooiste plekken (en meteen laten zien dat je lang niet van de straat bent) dan boek je eerste rang en betaal je 125 procent van de basisprijs.
Misschien waren de rangen en standen er vorig jaar ook al, maar toen was het aanbod zo knudde dat ik de toelichtingen niet heb gelezen. Komend seizoen is het een stuk beter; er is zelfs een voorstelling van de beste cabaretier van dit land. Jeroen van Merwijk, natuurlijk.
Hij komt niet in een van de rangen- en standenzalen, gelukkig maar, want daar zal ik nooit meer een voet zetten. Zijn ze helemaal belazerd, daar bij de schouwburg.
Het jaar 2010, invoeren van de vierde rang door een theaterdirecteur.
Verdorie, nou moet ik alweer aan Jeroen van Merwijk denken. Een van zijn liedjes heeft als titel: ‘Weg met de schouwburgdirecteuren!’. Het liedje is uit de voorstelling van 1994. Een visionaire man, die Van Merwijk. (mei 2010)
Bange politie
Tegenover mijn huis in Enschede is een vijver. Daarin mag worden gevist. Dat gebeurt ook. Er mag niet worden gekampeerd. Dat gebeurt toch. De gevolgen zijn: veel geschreeuw, nachtelijke strooptochten door de tuinen, meer stront in het gras dan honden kunnen produceren.
Een buurman voert al jaren strijd tegen het illegale kamperen. Hij heeft er zelfs een wethouder over op bezoek gehad en verteld dat de politie geen vinger uitstak. Waarom dat was kon de wethouder niet zeggen, maar hij beloofde maatregelen en verwees alvast naar de milieupolitie. De buurman belde met de milieupolitie en werd afgebekt. Hoe hij het in zijn hoofd haalde om te bellen. De wethouder is vervangen.
Er gebeurt nu weer helemaal niets en het algemeen gevoelen van de buurt is dat politie en milieupolitie niet durven optreden. De jongeren die bij de vijver kamperen komen uit een van Vogelaars prachtwijken en daar wil de politie liever zo min mogelijk mee te maken hebben.
Ze zijn bang, is de conclusie.
Het is moeilijk te geloven, maar het verklaart veel. (mei 2010)
Projectteam
Ik ben directeur, en rommelopruimer, enveloppendichtlikker en toetsenbordschoonmaker van De Zwaan Boek. Ik ben alles tegelijk, want ik heb een eenmanszaak. Aan huis. Een ZZP-er met een computer en een hoofd vol ideeën.
In het begin wilde de Kamer van Koophandel alleen de bedrijfsnaam inschrijven en verder niets met me te maken hebben. ‘Schrijvers behandelen we als advocaten en artsen, ze krijgen geen btw-nummer’. Later dacht de KvK iets genuanceerder over me. Ik moest iets invullen en mag daar nu elk jaar bijna 50 euro voor betalen. Als tegenprestatie kreeg ik via de KvK een enquêteformulier van een projectteam van de provincie Overijssel.
Waar het moederbedrijf is gevestigd.
Hoeveel personen activiteiten verrichten op of vanuit de vestiging (ik moet hierbij de uitzendkrachten niet meetellen).
Hoeveel ingehuurde uitzendkrachten ik in dienst had voor 1 april 2010.
Hoeveel werkzame personen doorgaans niet op het adres van de vestiging werken.
Hoe de verdeling van het personeel is naar de mogelijkheden van vervoer.
In een begeleidende brief staat dat het invullen van de enquête van belang is voor de werkgelegenheid in Overijssel.
Ik heb het formulier niet opgestuurd. Als u over een poosje leest dat het met de werkgelegenheid in Overijssel droevig is gesteld omdat er bij de provincie gebrek aan inzicht en kennis bestaat dan is dat mijn schuld. (mei 2010)
Bed
Ze wilden een nieuw bed en lieten een advertentie zien.
‘Moet je eens kijken.’
Ik zag iets heel groots dat bijna 8000 euro kostte, met bochten en lagen; een soort modern martelwerktuig.
‘Hier, pocketveren matrassen met vijf ergonomische comfortzones.’
‘Weet jij wat pocketveren zijn?’
‘Geen idee.’
‘En waar moet je die vijf comfortzones vandaan halen. Zelfs als ik diep ga, kop, rug, kont, benen, kom ik maar tot vier.’
‘Tja,’ zeiden ze.
Die nacht sliepen ze op de enige comfortzone die wij gasten te bieden hebben, op de matras van 200 euro die we op de planken vloer hebben liggen.
‘Een beetje geslapen?’ vroeg ik de volgende ochtend.
‘Heerlijk,’ zeiden ze. (april 2010)
Verhuisd
Ze was verhuisd naar een ander deel van de stad en was verbaasd toen ze een briefje in de bus vond waarop een bedreigende tekst stond. Het was een kinderlijk handschrift en de zinnen waren onsamenhangend, dus ze dacht aan een kind dat reden had pesterig te doen.
Ze nam het briefje niet serieus, maar dacht er wel aan terug toen op een avond eieren tegen een ruit werden gegooid.
Een paar dagen later ging de bel. Ze deed open en zag een grote man, type kleerkast, vol tatoeages, met stekelhaar en met een matje in de nek.
Of ze op dit adres woonde.
Ze zei ‘ja’, zo ferm als ze durfde.
Of ze niet die-en-die was.
Ze zei ‘nee’, want ze was niet die-en-die.
Of ze soms pas was verhuisd.
Ze zei ‘ja’, want er was geen reden om te liegen.
Of ze die-en-die kende.
De naam kwam haar bekend voor. ‘Ik geloof dat die daar-en-daar woont,’ zei ze.
De man keek of hij bereid was haar een minuutje te geloven en liep weg. Na een poosje kwam hij terug met de mededeling dat ze gelijk had gehad, dat die-en-die in haar huis had gewoond, maar dat hij hem had gevonden.
Een uur later reden er te grote auto’s door de straat met te grote mensen erin.
Ze wist naar welk adres ze op weg waren en deed de deur op slot en de gordijnen dicht.
Terwijl ze zat te bibberen nam ze zich voor uitvoerig onderzoek te doen naar de vorige bewoner voor ze ooit weer een ander huis zou betrekken. (april 2010)
NS-chipkaart
Geen organisatie zo beroerd als de NS.
Last van sneeuw, last van herfstblad, last van drukte op de rails, last van hun eigen beloftes.
Dat is het ergste: een blad in de bus krijgen met twee pagina’s NS-beloftes en merken dat ze er niet een waar kunnen maken.
In het blad Spoor, nummer 4, december 2009: ‘Wat moet ik doen voor ik met de OV-chipkaart kan reizen?’
Ik zal u het antwoord geven: Vooral niet in de buurt van de NS komen.
Vanaf eind november probeer ik van mijn voordeelurenkaart een OV-chipkaart te maken. Elke keer als ik op de site ns.nl kijk blijkt de pagina die ik moet hebben onder constructie.
Op het station zeiden drie vriendelijke dames die eendrachtig hadden geprobeerd me te helpen dat ik maar moest bellen omdat ze geen idee hadden hoe het zat met die site ‘waar altijd wat mee was’.
Ik dacht: misschien helpt het als ik eerst een (gratis) ns-account maak. Alle vragen ingevuld op het nummer van mijn ns-kaart na. Dat nummer bestaat uit 7 cijfers. Voor de account zijn er acht nodig, soms tien.
Volgens mij wil de NS helemaal niet dat je een OV-chipkaart benut of dat je een account hebt.
Laat alles maar zoals het is.
Blijven die jongens die de NS-automaten voorzien van skimmers ook een beetje aan het werk. (april 2010)
Hilversum
Ik wil u waarschuwen.
Kent u iemand die zich in Hilversum wil vestigen?
Raad het hem/haar met klem af.
Bent u in de buurt van Hilversum en denkt u: Misschien leuk om er eens te kijken.
Niet doen.
Vraagt iemand in Hilversum u een keer langs te komen?
Sla het af.
Hilversum is een ramp. Je komt er niet in en je komt er niet uit; zelfs de beste TomTom is niet bestand tegen de maatregelen die het gemeentebestuur heeft bedacht om bezoekers te ontmoedigen. Waar u ook moet zijn: honderd meter voor u er bent loopt u vast en kunt u terug.
Hilversum. Laat het.
Ik weet waar ik het over heb.
Mijn dochter heeft er een huis gekocht. (april 2010)
Milieumeneer
Gehoord op de radio van een milieumeneer van wie ik de naam gelukkig niet heb verstaan: ‘Ik vind het zo erg dat sommige dieren uitsterven voor ze zijn ontdekt.’
Niet meteen zeggen dat die meneer gek is. Dat is wel zo, maar we zeggen het niet, want we hebben medelijden met hem.
Het is beter dat we een paar vragen stellen.
1. als dieren uitsterven voor ze zijn ontdekt hoe weet je dan dat ze hebben bestaan? Door over twee miljoen jaar naar skeletten te kijken?
2. zouden dieren het erg vinden als ze niet worden ontdekt?
3. is het voor dieren echt prettiger als ze uitsterven nadat ze zijn ontdekt?
4. is het niet ongelooflijk arrogant om het lot van welk dier dan ook te verbinden aan de kennis van de mens? (april 2010)
Stalling
Jarenlang heb ik gebruik gemaakt van de rijwielstalling onder het station in Enschede. Een te kleine stalling met te weinig ruimte en personeel dat zo met fietsen ragde dat je kon kiezen: het ding laten stelen buiten of het laten vernielen in de stalling.
Zes jaar geleden werd de stalling verbeterd en kwamen er gootjes voor de banden die net te kort waren waardoor je fiets achteruit gleed en de spaak die tegen het slot drukte kapot ging.
De beheerder wist daar van, zei hij, en verandering was op komst.
Ik dacht: wedden dat het even gaat duren en zag na een stel verbogen spaken af van het plaatsen van de fiets in de stalling.
Dat was dus zes jaar geleden.
Afgelopen week dacht ik: laat ik het weer eens proberen. En wat bleek: te kort gootje, verbogen spaak.
Het enige wat was veranderd was de entree. Daar zijn nu hekken van een degelijkheid waar ze in de Bijlmerbajes jaloers op zijn. ’s Avonds is er niemand in de stalling en als je de uittreedprocedure niet exact volgt zit je met fiets en al opgesloten. Er is een alarmknop en er reageert ook echt wel iemand, maar een minuut of tien ben je een gevangene.
Naast het station is een grote, gratis stalling gemaakt met ruime plaatsen.
Zet er, net als in de kelder onder V&D, een paar DCW-ers bij en iedereen kan zijn fiets snel, veilig en probleemloos kwijt. (maart 2010)
Oppasoma
Ze paste een dag in de week op de kleinkinderen. In het begin was ze gewoon oma.
Toen ze er achter was dat ze voor het oppassen subsidie kon krijgen was ze officieel oppasoma.
En moest ze naar een ehbo-cursus.
Er kwam ook iemand kijken of haar kleinkinderen niet in scherpe voorwerpen konden vallen.
Ouders hoeven geen cursus en bij ouders komen niemand kijken. Bij oma’s die de ouders van hun kleinkinderen hebben opgevoed wel. Blijkbaar worden ze niet vertrouwd als ze ouder zijn.
De ehbo-cursus duurde vier uur.
Toen wist oma hoe ze een verband moest aanleggen, een pleister moest plakken en de dokter moest bellen.
Over het tovermiddel dat ze 1000 keer had beproefd toen ze een jonge moeder was sprak niemand.
‘Ben je gevallen, lieverd? Kom maar bij mamma, kusje er op, over.’
Het kusje helpt altijd.
Tegen het kusje kan geen cursus op. (maart 2010)
Oud 1
Ik ben oud en lid van Max. Omroep Max heeft een blad Max. In het eerste nummer van dit jaar stond een reclame voor een ‘vergrotend leesvenster’ op boekformaat. Heel handig voor oude mensen en bovendien ‘vrijwel nergens te koop’. Prijs 14,95.
Bij het blad gevoegd was een reclamefolder van Huis & Comfort. Ik heb geen idee wat voor een bedrijf dat is, maar ik ben ook pas 65 en misschien nog niet oud genoeg. In de folder stond een ‘vergrotingsbord’, ook ter grootte van een boek. Prijs 3,50. (februari 2010)
Oud 2
Vorige week, toen er nog sneeuw lag.
Drie jongetjes bezig met het gooien van sneeuwballen.
Naar mij gooiden ze niet.
Omdat ze me lief hadden?
Dat ook natuurlijk, maar ik hoorde een van de jongetjes wel waarschuwend roepen: ‘Niet doen, naar oude mensen gooien mag niet van mamma.’
Ik fietste snel door en voelde me 80. (februari 2010)
Watermeter
Ik moest een nieuwe watermeter hebben.
De oude was hooguit zes jaar en had nog geen 600 kubieke meter water verwerkt, maar ik moest een nieuwe. Dat was goed voor mij en voor Vitens dat niet voor niets duizenden meters had ingeslagen.
Toen de nieuwe meter was geïnstalleerd vroeg ik wat dat kleine stukje plastic was net boven de plaats waar je de stand moest aflezen.
Het bleek een soort wisser. Een watermeterstandwisser zou je kunnen zeggen.
Voor het geval ergens aan de binnenkant van de meter iets zou beslaan.
Iemand bedenkt zoiets, iemand keurt het goed, iemand produceert het.
Wat mooi dat de beschaving toch maar steeds blijft voortschrijden. (februari 2010)
Meerkoeten
In Groningen heeft een automobilist 30 meerkoeten doodgereden.
Hoe deed hij dat?
Meerkoeten zwemmen, drijven of zitten half onder water.
Maar toch: 30 doden.
De krant (Tubantia) vermeldt niet hoe de automobilist het klaarspeelde, want voor echte informatie moet je niet bij de krant zijn.
Ik zie twee mogelijkheden:
1. de automobilist is een meer ingereden en heeft een vergadering van meerkoeten uiteengeslagen.
2. een kolonie meerkoeten wilde zelfmoord plegen en had zich, koet achter koet, in een rechte lijn opgesteld op een weg. (jan. 2010)
Mobiel bellen
Het stond in de krant: Gratis mobiel internetbellen wordt onhoudbaar omdat er te veel wordt gebeld.
Door wie dan wel? Door scholieren en halfzachte twitterministers, denk ik.
Gratis mobiel internetbellen wordt onhoudbaar en betaald mobiel interbellen zal volgen. Gewoon mobiel bellen is de derde op de lijst.
Het opvallende is dat het woord bellen in de bovenstaande zin verkeerd is. De systemen gaan ten onder omdat we juist niet meer weten wat bellen is.
In een bakkerswinkel staan en per mobiel je vrouw om raad vragen (‘Moet het gewoon bruin zijn, of sesam of toch tijger?’) is niet bellen, maar hersenloos ouwehoeren.
Als je tegenwoordig belt omdat je iets van belang hebt te vertellen of te vragen krijg je een bandje: spreek uw boodschap in na de piep. Niemand die werk te doen heeft is nog bereikbaar omdat hij zijn mobiel heeft uitgezet .... waardoor vertragingen ontstaan die tien jaar geleden ondenkbaar waren.
Vroeger, jongens en meisjes, hadden we vaste telefoon. Als je gebeld werd dan nam je op, want niemand belde zonder dat het nodig was.
Je nam op en je gaf antwoord; iedereen tevreden.
‘Door de ontwikkeling van de mobiel lijdt de communicatie steeds meer schade.’
Dat wordt de belangrijkste stelling van mijn dissertatie die de titel gaat krijgen: ‘De gesel van de kutmobiel’. (jan. 2010)
Politiecomputers
Er zijn mensen die vinden dat de politie te veel informatie te lang bewaart.
Die mensen houden van de politie.
Er zijn ook mensen die vinden dat de politie alle informatie en gegevens eindeloos lang mag bewaren.
Die mensen hebben een hekel aan de politie.
Dat zit als volgt.
Hoe meer gegeven de politie opslaat hoe harder het computersysteem kreunt. In een kwart van Nederland is het systeem al op hol geslagen. In Overijssel zijn geen veelplegers meer, want de computer is hun namen kwijtgeraakt en als je naam niet in een computer zit dan besta je niet.
Wie op zijn gemak wil stelen, roven en overvallen en niet het risico wil lopen dat een agent ooit nog zegt: ‘Ik zie hier dat het de zestiende keer is dat je iemand op z’n kop hebt geslagen’, moet sterk pleiten voor uitbreiding van de hoeveelheid informatie die de politie mag opslaan. Laat ze alle dna bewaren van iedereen, alle kentekengegevens, alle boetes, alles wat je verder kunt bedenken en het computersysteem van de Nederlandse korpsen zal verkruimelen tot gruis.
Over een poosje zit iedere agent weer achter een typemachine. (jan. 2010)
Insluiper
Ineens stond er een vrouw in het gangetje naar de keuken. Ze moet me op tien meter afstand zijn gepasseerd. Ik harkte blad in de tuin, zij opende de serredeur en een tussendeur en was binnen. Waar mijn vrouw haar zag en naar buiten duwde. Ik kreeg pas iets in de gaten toen ik werd geroepen: ‘Peter, er stond een vrouw in huis.’
De vrouw zei iets in het Engels (dacht mijn vrouw) of Duits (dacht ik): House of Haus.
Ze liep weg. Vlak bij het hek van de oprit kreeg ze gezelschap van een man, zwart haar, lange, donkere jas.
Ik heb op deze plaats een paar keer sombere dingen over de politie gezegd, maar nu: hoed af.
Ze waren er snel en ze waren geduldig: je schrikt toch.
Ze legden ook de truc van het insluipduo uit. Zij kijkt of er een deur open is en gaat naar binnen. Hij staat bij de voordeur en belt aan.
Als je naar de voordeur loopt raak je de spullen kwijt die in kamers aan de achterkant liggen.
Dit keer lukte het niet.
Door puur geluk.
De bel belde niet: de batterij was leeg. (januari 2010)
Ballon
‘Nooit een snoepje aannemen van een vreemde man,’ zeggen ouders tegen hun kinderen, en gelijk hebben ze.
Sommige ouders gaan een stapje verder.
Vlakbij een supermarkt, een vader met zijn zoontje. Zoontje had een ballon, liet die los en geef een krijs.
Een man die een eindje verder liep zag de ballon en hoorde het kinderleed. Hij reageerde snel, pakte de ballon en bood die aan het kind aan.
‘Nee,’ snauwde de vader, ‘nu hoeft mijn zoon de ballon niet meer.’
Het kind schakelde over op bodemloos huilen.
De hulpvaardige man keek verbijsterd. (januari 2010)
Delfts blauw
In Enschede, aan de rand van het gebied van de vuurwerkramp dat Roombeek wordt genoemd, staat een warmtecentrale. Niemand in Roombeek heeft gas, alle verwarming wordt centraal geregeld. Daar is een gebouw voor neergezet met een toren die een hoogte heeft van 42 meter. De muren van het gebouw en de toren zijn bekleed met grote Delftsblauwe tegels. Het is een kunstwerk, zou je kunnen zeggen, als je het begrip kunst heel erg oprekt.
De buurt protesteert, want de buurt is niet in de plannen gekend. De gemeente heeft verzet aan zien komen en de zaak op z’n Enschedees aangepakt, hetgeen betekent: niets laten horen, wel gedacht aan brieven, maar die - helaas, helaas, wat een pech voor de omwonenden nou toch - niet verstuurd.
Gelukkig maar.
In Enschede nemen ambtenaren en bestuurders met groot gemak en veel liefde een loopje met regels en fatsoen en soms leidt dat tot iets waar je van staat te kijken.
Gisteren fietste ik naar Roombeek en ik zag de toren van de stadshaard al van verre. Prachtig. Fantastisch.
Toen ik dichterbij kwam nam mijn enthousiasme iets af en toen ik naast de centrale stond dacht ik: ik kijk nu naar de overtreffende trap van kitsch.
Kitsch, kitscher, Delftsblauwe warmtecentrale.
Het toekomstige Jan Cremer museum zal er bij verbleken, kan niet anders.
Er zullen mensen naar het museum komen, maar ze zullen stil blijven staan bij de centrale en ademloos kijken, vol verbijstering. Daarna zullen ze het hoofd schudden en maken dat ze wegkomen.
Enschede.
De vuurwerkramp heeft de stad op de kaart gezet, door de warmtecentrale zal ze daar nooit meer afgeveegd worden. (januari 2010)
Saban B.
In alle kranten lees ik over Saban B. Hij is beroemd geworden, Saban, de beroemdste vrouwenhandelaar van ons land.
Maar nergens lees ik dat de man die hem heeft vrijgelaten om zijn kind te bezoeken (‘Ik kom terug naar de gevangenis, meneer de officier, eerlijk waar hoor, ik zweer het u’) met pek en veren is overgoten en op een balk naar de grens is gedragen: ‘Weg jij, ga ook maar naar Turkije en kom nooit meer terug.’
Geen woord over de goedgelovige sukkel.
Of is hij toegedekt met de mantel van regelgeving, wetten en verordeningen en daardoor onzichtbaar geworden voor iedereen? (januari 2010)
2009
We hebben een geweldig jaar achter de rug.
Dat moet wel.
In een krant die ik alleen lees omdat ik ’m gratis krijg stonden lijstjes: wat vond u belangrijk in 2009.
Onder het kopje ‘nationaal’ stonden ‘de val van Marco Borsato’ en ‘het overlijden van Ramses Shaffy’. Als je vijf belangrijke gebeurtenissen moet opschrijven en je hebt daar Borsato en Shaffy bij nodig dan is er echt maar heel weinig gebeurd waar je (als je niet Borsato of Shaffy heet) van overstuur bent geraakt.
Onder ‘regionaal’ stond 1: Affaire Jansen-Steur, 2. beloning Aveleijn-directeur (hé? wie? wat?).
Onder ‘internationaal’ stond als nummer 1: de Mexicaanse griep.
Nee, niet veel gebeurd in 2009.
Geen nieuws is goed nieuws.
2009 was een geweldig jaar. (januari 2010)
Man van het jaar
De man van 2009 is een buschauffeur. Ik ken hem niet, ik weet zelfs niet waar hij woont. Hij werkt in Almere en hij kreeg een paar dagen voor de kerst op een enorme manier de tyfus in. Weer zo’n kelerekind dat de sfeer verpest met geschreeuw. Hij stopte, zette het kind buiten de bus en reed door.
Bravo.
Doet het er in dit verband toe dat het kind drie jaar was?
Nee.
Het kind had een moeder en die gedroeg zich zoals veel moeders de laatste jaren, een beetje zoals Amerikaanse moeders het al een generatie doen: mijn kind is geweldig, mijn kind mag alles, mijn kind is heerser over bus, chauffeur en reizigers.
De moeder stak geen vinger uit en de chauffeur nam haar taak over: ga maar een poosje in de kou staan met je gejank, daar knap je van op.
Natuurlijk belde een getuige de baas van de bus: lekker klikken, lekker verontwaardigd doen.
De chauffeur werd geschorst, maar hij verdient een bonus. (januari 2010)
Wensen voor 2010
1. Een dag tv zonder dat ik, Nederlands kampioen zappen, het te olijke gezicht van Matthijs van Nieuwkerk tegenkom.
2. Een volle week tv zonder Paul de Leeuw.
3. Meer doortastende buschauffeurs. (januari 2010).
Aanvulling 16 januari: 2010 gaat een goed jaar worden, ik weet het zeker: twee weken lang Matthijs van Nieuwkerken niet gezien, wat een luxe.
Aardig
De straat kreeg glasvezelkabel.
Op vrijdag, de dag waarop de vuilnisbakken worden geleegd.
De kabelleggers hadden last van de clico’s en sleepten ze weg.
De auto van Twente Milieu kwam en de chauffeur zag dat er geen legen aan was.
Hij stapte uit, zette alle tonnen op een rij, en leegde ze.
De kabelleggers stonden erbij en keken met een blik van: dat hadden wij nooit gedaan.(december 2009)
Enschedese ambities
Ambities zijn mooi. Ze doen hopen en hoop doet leven.
Toen ik klein was wilde ik koningin van Nederland worden. Ik leef nog steeds.
Burgemeester en wethouders van Enschede maken het gekker: ze willen dat de gemeente het kloppend hart van de Euregio wordt.
Kloppend hart.
De inwoners van Enschede hebben, gemiddeld, de laagste levensstandaard van alle grote en middelgrote steden in dit land, de werkloosheid is hoog, de vooruitzichten zijn beroerd.
Maar wel het kloppend hart van de Euregio willen worden.
Een kloppend hart is niets zonder een vliegveld; je moet iets hebben om over op te kunnen scheppen.
Hé, vliegveld, ineens is duidelijk waarom het college zo krampachtig aanstuurt op overlast voor een groot deel van de bevolking.
De inwoners willen het niet, de omliggende gemeenten willen het niet, de provincie wil het niet, maar een burgemeester en een paar wethouders willen het wel, dus komen zal het er.
De militairen willen meevliegen. Ze gingen begin deze eeuw weg, namen honderden banen mee en lieten honderden woningen leeg achter, maar van een afstandje willen ze bij nader inzien toch alle vingers in de pap houden.
Dit was een jaar geleden bekend, ... maar niet bij de tegenstanders van het vliegveld, want het college vergat een paar kleinigheden door te vertellen.
Voor ambities moet je een beetje liegen, een beetje manipuleren, een beetje boel lak hebben aan de mensen voor wie je behoort te werken.
Enschedese ambities. Burgemeester en wethouders hopen en hoop doet leven.
Wat de wethouders betreft tot de eerstvolgende verkiezingen. (december 2009)
Politie
De politie komt niet meer naar aanrijdingen met blikschade.
Je wordt aangereden, je schrikt je een ongeluk, de vent die je heeft geramd is twee meter lang en zegt dat het jouw schuld is. Je staat daar te trillen, maar de politie komt niet.
De politie Enschede komt niet als er clandestien vuurwerk wordt aangestoken. Elke nacht zit je rechtop in bed, de ruiten rinkelen, maar de politie komt niet. En de politie laat dat ook aankondigen: wij komen niet, hoor, knal maar raak.
Wat doet de politie eigenlijk wel?
Niet de snelheid controleren.
Acht jaar geleden, na de verhuizing, waren ze elke maand in de straat waar ik ging wonen en iedereen reed 50. Nu is er af en toe een watje dat nog 60 rijdt. De rest zet de voet op het gaspedaal.
Niet controleren op wildkamperen en ermee gepaard gaande vernielingen.
Bij de vijver vlakbij wordt zes maanden per jaar gekampeerd. ’s Nachts gaan de jongeren op strooptocht door de tuinen in de omgeving. De politie ziet er geen prioriteit in en dat wil zeggen: doet niets.
Ik herhaal: wat doen agenten eigenlijk wel?
Ik denk balen van het feit dat ze zo beroerd verdienen. Ik heb de bruto bedragen gezien. Voor dat soort fooien hield ik het ook op koffie drinken.
Het is van tweeën een: of we betalen de agenten, of we zeggen dat we ze niet meer nodig hebben omdat we de koffie zelf willen.
Ik kies voor betalen.
Maar daarna wel aan het werk, jongens en meisjes. (december 2009)
Albert Heijn
Het was weer zover. Ik liep naar de plaats waar de vla behoorde te staan en greep ... mis. Er was iets veranderd. Dat doen supermarkten en dan zeggen ze dat de klanten dat willen. Omdat klanten graag lopen te zoeken, nauurlijk.
Het is waarschijnlijk bedoeld om ons rond te laten kijken in de hoop dat we dan iets zien (en pakken) waar we nooit eerder op hebben gelet.
Maar het enige wat ik wil is opschieten.
Dat kan alleen als geen nodeloze veranderingen worden uitgevoerd.
Dat wordt dus winkelen in de C1000 tot ook daar een halve zool de producten gaat verstoppen. (december 2009)
Taxi 1
Ze was bij kennissen geweest en het was laat geworden. Een vrouw alleen, dwars door Enschede, ze durfde het niet aan op de fiets en daarom belde ze een taxi.
De chauffeur zette de meter af toen hij haar straat indraaide. De teller stond toen op 8 euro.
Een paar honderd meter verder stapte ze uit.
‘Dat wordt dan 16 euro,’ zei de chauffeur.
Ze protesteerde, maar de chauffeur zei dat hij met protesten niets te maken had.
Ze was bang en alleen, het was laat en donker, de chauffeur was groot en onbeschoft, dus ze betaalde.
Ze gaf geen fooi. Daar was de chauffeur zo kwaad om dat hij met piepende banden wegreed. (december 2009)
Taxi 2
Ze waren naar Enschede geweest en hadden gedronken. Niemand had de Bob willen zijn dus dat werd een taxi naar huis, Losser.
De chauffeur kwam uit het buitenland en hij had zijn radio op een buitenlandse zender. Harde, in de oren van de gasten, hopeloze muziek daverde door de auto.
Of het iets zachter kon, vroegen ze.
Dat kon niet.
De chauffeur reed hard. De vrouw die zicht had op de snelheidsmeter zei dat hij 170 reed op de Oldenzaalsestraat en 120 op een rotonde in Losser.
Toen ze waren uitgestapt stonden ze te trillen op de benen.
Rijden met een borrel op was een stuk veiliger, daar waren ze het roerend over eens. (december 2009)
Fietsbel
Hebt u enig idee waarom er een bel op de fiets moet?
Om te waarschuwen dat je er langs wilt?
Maak het een beetje.
Ik fiets vaak, ik fiets redelijk snel, ik wil nog wel eens iemand passeren.
Niet één keer reageerde iemand de afgelopen weken op mijn bellen, jong niet, oud evenmin.
Roepen helpt ook niet.
Twee keer heb ik het geprobeerd met vloeken.
Dat hielp wel, maar beide keren waren de fietsers die ik voorbij wilde heel verontwaardigd. (november 2009)
Luchthaven (2)
Dit keer was het een brief van Natuurmonumenten.
Of ik een actie tegen de luchthaven Twente wilde steunen.
Ik heb bewondering voor mensen die dat soort acties beginnen, en diep medelijden.
Zoveel energie voor helemaal niets, je moet het op kunnen brengen.
Natuurlijk komt die luchthaven er, maakt niet uit hoeveel ongunstige rapporten ervoor onder het vloerkleed moeten worden geveegd.
De luchthaven komt er omdat een paar bestuurders willen dat-ie er komt; het waarom doet nauwelijks meer terzake. Met ‘om toch’ zijn de argumenten wel samengevat.
Ik heb getekend. Ik doe ook graag dingen tegen beter weten in. (november 2009)
Weg
Een jaar of vijf, zes geleden, ik woonde nog niet lang aan de oostkant van Enschede, vertelde een ambtenaar (‘Mondje dicht, je hebt het niet van mij’) me wat de plannen waren met de wegen in mijn buurt. Hij had het over de aanleg van een nieuwe weg. Die weg was niet nodig, omdat goedkoper, sneller en effectiever een bestaande weg verbreed kon worden, maar gemeenteplannen en logica staan soms op gespannen voet.
Deze week was er een voorlichtingsavond over de wegen in oostelijk Enschede. Er was een studie geweest naar wegen. En wat bleek: niets veranderd ten opzichte van een half decennium geleden: verbreding van een bestaande weg was nog steeds een optie, maar verkeersdeskundigen gaven de voorkeur aan de nieuwe weg. Dat die weg flink wat gezinnen overlast zal bezorgen was geen punt, verkeersdeskundigen bemoeien zich met verkeer, niet met overlast.
Over een poosje gaat de stadsdeelcommissie Oost over de plannen praten en daarna de raad.
Raad eens hoe uiteindelijk de beslissing gaat luiden? (november 2009)
Deskundigen
Lees het stukje dat ik ‘Weg’ heb genoemd en vraag u af wat een verkeersdeskundige is.
Hij is in elk geval iemand die het ‘anders’ wil. Als hij vindt wat inwoners van een wijk vinden omdat het logisch, goedkoper en handiger is dan had hij geen deskundige hoeven worden. Dan had het gemeentebestuur gewoon iemand uit de wijk kunnen vragen.
‘Zeg, hé, het wordt een beetje druk hier, wat denk jij dat we het beste kunnen doen?’
‘Verbreed die weg een stukje. Ben je klaar voor je het weet.’
Dat is niets voor een deskundige. Een deskundige gaat voor moeilijk. Die wil een geheel nieuwe weg; overbodigheid geen bezwaar.
Een verkeersdeskundige is iemand die het gezond verstand tart en iets wil wat niet nodig is, maar wat gelukkig wel veel kost. (november 2009)
Typisch
‘Ik ben van de typische bladen,’ zei een opgewekte meisjesstem door de telefoon.
Ik viel helemaal stil.
Het moest een grap zijn, of iets lulligs van een radiomaker die ook niet wist hoe hij de tijd om moest krijgen.
Als je niet weet wat je moet doen, doe dan niets.
Ik deed niets.
‘Bent u er nog?’
Ik zei dat ik er was.
‘Krijgt u Typisch Enschede regelmatig?’
O, dat. ‘Ja hoor,’ zei ik, ‘elke week.’
Het was het goede antwoord en het meisje legde op.
Ze hoefde niets meer te weten, zeker niet wat ik van het blad vond. (november 2009)
Ledje
Dankzij de Postcodeloterij heb ik nu een led-lamp. Dat is goed voor het milieu, dus ik ben weer heel fijn bezig. In een begeleidend boekje staan opwekkende woorden van Bill Clinton, Beau van Erven Dorens en Caroline Tensen en als er in de wereld één trio is dat ik vertrouw dan wordt het gevormd door Bill, Beau en Caroline.
Ik las de tekst en dacht: ik ben nog veel beter bezig dan ik dacht.
Maar hoe zit het eigenlijk met de verpakking van de lamp?
Eerst een kartonnen doos. Daarin zat een vreemd gevouwen kartonnen doos waarin zich een kartonnen en metalen koker bevond. Het was heel wat verpakking voor een lamp, maar Bill, Beau en Caroline kunnen vast uitleggen dat karton, metaal en milieu eigenlijk de beste vrienden van elkaar zijn. (november 2009)
Diefstal
Zoekt u eens een ander woord voor stelen? Een beetje sjiek woord graag. Geen idee?
Valuteren.
Banken deden dat jarenlang en het mocht. Ze zeiden tegen u (ik geef een voorbeeld) dat ze uw geld op 29 oktober hadden overgemaakt, maar ze deden het pas op 1 of 2 november. Weer een paar dagen rente verdiend door tegen een klant te liegen.
Als u steelt krijgt u de politie aan huis (misschien, ooit).
Als een bank steelt mag het van de Nederlandse overheid.
Omdat we een EU hebben die Europese Richtlijnen maakt hoort het afgelopen te zijn met valuteren.
Gebeurt het toch dan kunt u de politie bellen.
Ik ben erg benieuwd wat die gaat doen. (november 2009)
Stenen
De markt in Enschede die voor het gemak Van Heekplein heet is een jaar of vier geleden herstraat, noem het maar: hersteend. Dat gebeurde met hompen rots uit China, want wat van ver komt is goed, en heus niet duur, o het valt zo mee wat die Chinezen rekenen en niet zeuren over het gewicht, een containerschip met duizenden stenen zinkt heus niet.
De stenen waren eigenlijk een soort grote tegels, plat van boven, maar beslist niet plat van onder. Ze zagen eruit als stukken rots die met één kant door een geweldige vlakband waren gehaald. Geen stratenmaker wist wat-ie met de krengen aan moest en het gevolg was een plein met een schots en scheef plaveisel. Dat moest, een paar jaar geleden, beter. Niet met Nederlandse, maar met Duitse stratenmakers, want die hadden ervaring met rotstegels. Ze legden ze in een bed van een speciaal zwart grint, waar ze lekker in weg zouden kunnen zakken. Een mooi groot plein van Chinese stenen die het allemaal geweldig naar hun zin hadden.
Helaas begonnen Nederlanders over de stenen te rijden. Met auto’s nog wel. Daar gingen de tegels, met bedje en al naar beneden en voor een deel weer schots en opnieuw scheef.
Nu gaan ze er straks voor de tweede keer uit en worden ze voor de derde keer gelegd, dit keer in beton. Over een maand beginnen de werkzaamheden. Als de vorst komt. Die beton doet knappen en gruizelen.
Hoeveel het allemaal heeft gekost en gaat kosten heb ik niet opgeteld, want u gelooft het toch niet, maar het gat in de Enschedese begroting had er voor een flink deel mee kunnen worden gedicht.
Ik doe nu een voorspelling. Over een paar jaar worden de Chinese stenen losgebikt omdat de ondergrond te veel breuken en scheuren vertoont. Wat nog bruikbaar is wordt hergebruikt, de rest wordt bijgekocht in China waar ze een partijtje van die rotstegels hebben liggen die ze tegen woekerprijzen verkopen. De herstrating zal plaatshebben in de zomer. Door Polen, omdat de Nederlandse en de Duitse bouwvakkers dan op vakantie zijn. (oktober 2009)
TomTom
Ik heb een TomTom.
Dat moest.
Van wie? Van iedereen.
Een TomTom hoorde je te hebben, zonder TomTom was het leven als automobilist ondraaglijk.
Dus heb ik een TomTom.
En daarmee het meest gebruiksonvriendelijke apparaat dat ik kan bedenken.
Je zet het ding aan, en er gebeurt niets. Omdat het op satellieten wacht die blijkbaar net niet in de buurt zijn als je je TomTom hebt aangezet.
Tegen de tijd dat je denkt: ik had al thuis kunnen zijn, komen de satellieten. Dan moet je het apparaat duidelijk maken waar je naartoe wilt.
Van Enschede naar Amsterdam gaat dat uitstekend.
Maar probeer eens Enschede - Périgueux over de snelweg, via Eindhoven, Brussel en A86 bij Parijs.
Haha.
Probeer maar, en kijk daarna wat er gebeurt bij en na Brive, test uw geduld.
TomTom, het enig positieve dat ik ervan weet te zeggen is dat het bedrijf een verdomd goede verkoopcampagne heeft opgezet.
We zijn er allemaal ingestonken. (oktober 2009)
Discriminatie
De commissie gelijke behandeling heeft nagedacht en geoordeeld: seniorendagen vallen onder de leeftijdsdiscriminatie.
Het wachten is nu op het afwijzen van de aow door de commissie: 65 worden en niet meer mogen werken is natuurlijk ook leeftijdsdiscriminatie.
Zou de commissie al hebben nagedacht over het jeugdloon? Pure leeftijdsdiscriminatie.
Niet in een auto mogen rijden voor je 18 bent?
Geen alcohol in de supermarkt mogen kopen als je dorst hebt op je tiende?
Leeftijdsdiscriminatie.
De leden van de Commissie Gelijke Behandeling zijn kortzichtig, of een beetje gek.
Ik gok op gek. (oktober 2009)
Dure kantine
In Enschede zijn leerlingen van het Stedelijk Lyceum overstuur geraakt.
Ze mogen niet meer naar de Nettomarkt, want ze maakten er een rotzooitje en de leiding van de supermarkt kreeg daar genoeg van.
Nu zijn ze veroordeeld tot de kantine van de school en die vinden ze te duur.
‘Een broodje voor 2,15 euro? Doe normaal.’
Daar ging hun zakgeld.
Vroeger kreeg je brood mee, in een zakje of een doosje met elastiekje.
Daar had geen leerling het over.
Wat ze ook leren op het Stedelijk Lyceum, een beetje nadenken is er niet bij. (oktober 2009)
Ziggo
Terug na drie weken vakantie keek ik naar de telefoonbeantwoorder. Geen knipperend lampje. Niet één bericht. Niks.
Ik had het gevoel dat ik uit de gratie was geraakt. Net een nieuwe roman uit, en niemand die er iets over te vertellen had. Vreemd.
Bij het doorploegen van de e-mail kwam ik halfverontwaardigde berichten tegen: wat er aan de hand was, waarom ik telefonisch onbereikbaar was, of ik een marathongesprek van weken aan het voeren was.
Ik kon niet bellen en niet worden gebeld.
Na een vakantie bezie ik het leven graag met enig optimisme. Het zou allemaal wel goed komen, een keer, ooit.
Kwam het ook.
Tussen de post zat een brief van Ziggo. Weet u wat dat is, Ziggo? Als u ‘ja’ zegt heb ik medelijden met u. Had het maar niet geweten, dat leeft rustiger.
Ziggo is iets dat houdt van verbeteringen. Geen idee voor wie die verbeteringen zijn, maar ze verrichten werkzaamheden ter verbetering van iets en het resultaat is dat je onbereikbaar bent geworden.
In de brief stond wat ik moest doen om de telefoon weer te kunnen gebruiken. Ik moest aan de slag omdat Ziggo iets had verbeterd.
Wat Ziggo schreef klopte wel, maar even zo vrolijk ben ik nu al dagen bezig om er achter te komen wie me had willen bereiken en waarvoor.
Vroeger hadden we de brief. En de PTT. De combinatie was perfect, maar is verdwenen.
Hoe hebben we dat kunnen laten gebeuren. (oktober 2009)
Ringetje
Eerst wat we allemaal weten.
1. Een man met een ring door zijn oor ziet er uit als een halve zool.
2. Een man die indruk wil maken door veel basgeluiden door het open raam van zijn auto te sturen is een halve zool.
Nu het probleem.
Vrijwel iedere automobilist die indruk wil maken door basgeluiden door een open raam van zijn voertuig te sturen is aangeringd.
Is hij nu een halve zool plus een halve zool is een hele zool, of is hij een halve zool maal een halve zool is een kwart zool? (september 2009)
Huurfietsen
Of ik zin had in een stukje fietsen.
Binnen in me zei een harde stem: Nee.
Vreemd genoeg hoorde ik hetzelfde als mijn vrienden: Ja.
De enige fietsenmaker in het dorp had de zaak gesloten. Acht kilometer verder was er een die verhuurde. De eerste fiets kreeg na een paar kilometer een lekke band.
‘Haha,’ zeiden mijn vrienden, ‘jij ook altijd.’
Van de tweede fiets zakte het zadel. Toen ik het vastzette brak er iets waardoor ik veel vrolijkheid bij mijn vrienden losmaakte. Op de derde fiets maakte ik een tocht van 53 kilometer.
Toen een vriend de fiets terugreed naar de verhuurder brak een trapper af.
Ik zag het als een vorm van gerechtigheid en werd heel vrolijk. (september 2009)
Fles cola
De jongen op de bank in de binnenstad wist het precies. ‘Als ik volgende keer een dag uitga dan neem ik een fles cola mee. Voor een glas betaal je 3 euro. Dat doe ik niet meer. Ik stop de fles achter in de broek zodat niemand het ziet, dat doen al mijn vrienden.’
De jongen kreeg gelijk van zijn buurman en ik dacht: vroeger kregen we een pakje mee met brood en dat gooiden we weg omdat we ons ervoor geneerden. Tegenwoordig doen jongeren wat wij niet wilden of durfden. Op kleine punten maakt de wereld toch vorderingen. (september 2009)
BTBVV
Wat ik mis in dit land vol bonden, verenigingen en belangenorganisaties is de BTBVV, de Bond Ter Bescherming Van Voorruitinsecten. Het idee moet aan de leden van de Partij van de Dieren (of is het Partij voor de Dieren?; door die afkortingen heb je geen idee van de naam) zijn ontsnapt. Duizenden, miljoenen insecten laten het leven omdat wij zo nodig in onze auto door landen willen raggen. Allemaal te pletter tegen de voorruit. Zielig.
De BTBVV moet er komen, en als-ie er is richt ik de BTIOA op, de Bond Tegen Insecten Op Autowegen, ik hou van discussie. Ongelooflijk hoeveel dieren zo stom zijn dat ze niet door kunnen krijgen dat je op een autoweg een stukje hoger moet vliegen. Op de reis van de Middellandse Zee naar huis zag ik er honderden uiteenspatten, sommige rood, zoals je zou verwachten, andere groen, of heldergeel. Ze zijn een gevaar op de weg, die insecten. Pats, weer eentje, precies voor je ogen, een grote ook nog, de helft van je blikveld is met één tik verdwenen.
En thuis maar krabben om de lijken weg te krijgen. Hele ladingen oplosmiddel heb je er voor nodig. Dat spul is slecht voor het milieu. Daar dient op gewezen te worden door de BTGVOTVVDV, de Bond Tegen Gebruik Van Oplosmiddelen Ter Verwijdering Van Dode Voorruitinsecten. (september 2009)
Brug
In de straat waar ik woon is een oude, niet heel goede brug. Er mogen geen vrachtauto’s over. In de straat staat dat aangegeven op borden over een afstand van meer dan een kilometer. Maar de TomTom heeft met die borden niets te maken en verwijst naar de brug. Dus rijden de vrachtauto’s door tot de brug. Daar staan ze stil. Linksaf is moeilijk, rechtsaf is moeilijker. De chauffeur weegt zijn kansen. Rechtdoor maar, over de brug, politie zie je toch zelden. En als je ze ziet gebeurt er niets. Ik zag het met eigen ogen: vrachtauto over brug, agenten staan stil tot de weg vrij is, rijden door, niks aan de hand. (september 2009)
Poster
Ik hang op een poster, bijna levensgroot.
Nou ja, niet ik, het gaat om mijn boek. Maar mijn naam staat erboven, ook bijna levensgroot; het woord levensgroot gebruik ik hier vaker dan nodig omdat het soms leuk is woorden te herhalen.
Een van de posters hangt bij de ingang van de krant waar ik meer dan dertig jaar heb gewerkt.
Een andere hangt dicht bij mijn huis.
Ik heb ze niet opgehangen, dat hebben mensen gedaan die ik niet ken. Ik wist zelfs niet dat de posters ook in Enschede zouden hangen. ‘Ze komen in de grote gemeenten,’ zei De Bezige Bij.
Blijkbaar is Enschede eventjes een grote gemeente.
En zijn de posters het bewijs dat ik eigenwijs ben.
‘Peter de Zwaan laat posters over zijn boek Een zaak van vrouwen bij de krant hangen om te laten zien hoe goed hij wel is,’ hoorde ik. ‘En bij zijn huis om op te scheppen.’
Van jaloezie valt soms erg te genieten. (september 2009)
Luchthaven
De Betuwelijn had er niet moeten komen, maar kwam er wel.
De hogesnelheidslijn had niet moeten komen, maar kwam er wel.
Luchthaven Twente moet niet komen, maar komt er wel.
Wethouders (en raadsleden) die grote plannen hebben laten die niet schieten omdat ze slecht zijn. Als ze oud zijn willen ze kunnen zeggen: ‘Die luchthaven heeft opa er doorgedrukt.’
Voor politici geldt: beter een slechte erfenis dan geen erfenis.
Laat daarom uw protesten varen, ze zijn zinloos. De Luchthaven gaat er komen.
Besteed uw ernergie om te verhuizen naar de rustige kant van de stad.
De wethouders zullen u vergezellen. (september 2009)
Vijver
Bij de vijver tegenover mijn huis mag niet worden gekampeerd. Dus gaan kampeerders er nachtvissen. Dat mag. Ook als ze geen hengel bij zich hebben.
De politie reageert op overlast met ‘het is geen prioriteit’ en komt niet, of pas de volgende dag, als de kampeerders kunnen wijzen naar een kennis met een hengel: ‘Ik vis met hem.’
De milieupolitie ‘bekijkt de situatie met zorg’. Al maanden.
De wethouder reageert niet.
De situatie verslechtert met de week.
De vijver is het feestgebied geworden van jongeren van tien tot zestien jaar.
Je trapt niet alleen meer in hondendrollen, en wie schrikt nog van een condoom? (september 2009)
Ambtenaars
Jarenlang heb ik gedacht dat ambtenaren structureel liegen (ik woon in Enschede), maar nu geloof ik dat ik het verkeerd zie.
Ambtenaren liegen niet, ze spreken een andere taal.
Ze spreken geen Nederlands, maar Ambtenaars.
In het Ambtenaars is een halve meter wat in het Nederlands bijna 2 meter is, is viesgeel groen, is over een uurtje terugbellen bellen na een dag of twee, drie.
Als je dat weet is praten met een ambtenaar minder erg, en bovendien zijn ze na vijf uur in de middag vaak erg aardig. (augustus 2009)
Maïs lenen
Naast de vijver tegenover het huis is een maïsveld. Het is groot en het is er druk. Elke dag komen er vrouwen met plastic zakken, meestal op de fiets. Ze zetten de fiets tegen de boom en lopen het veld in. Op hun gemak, geen enkele haast, iedereen mag het zien. Je ziet het maïs bewegen, steeds dieper het veld in, want de voorste meters zijn al kaal. Na enkele minuten komen de vrouwen terug, met een uitpuilende zak die bijna niet in de fietstas is te krijgen. Ze kijken om zich heen, stappen op en rijden in alle rust weg. Als je ‘dag mevrouw’ zegt antwoorden ze met een stuurs ‘dag’, maar ze vertonen geen spoor van schaamte.
Ze hebben maïs gehaald, nou en.
Ze hebben niet betaald, maar het is geen jatten, maïs leen je gewoon.
Maïs lenen is vrouwenwerk.
Nooit een man gezien die met een plastic tas het veld in ging. (augustus 2009)
Onderzoekspanel
Of ik wil meedoen aan een onderzoekspanel, vroeg de gemeente Enschede. Want dan hoort de gemeente wat de burgers bezighoudt.
Nooit eerder heb ik op zo’n subtiele manier in een keer alle raadsleden zien afbranden.
Hebben we die lui niet gekozen omdat ze ons behoren te vertegenwoordigen? Omdat ze behoren te weten wat ‘de burgers bezighoudt?’
Ik doe mee aan het panel zogauw alle raadsleden, met koppen rood van schaamte, zijn opgestapt. (augustus 2009)
Enschede zonder stroom
Het aantal acceptgiro’s dat ik krijg omdat Enexis blijft volhouden dat ik eigenlijk Accountinghouse Gem. Ens heet loopt aardig op. Elke keer 18 euro, omdat de gemeente bij de vijver tegenover het huis van de buren een pomp heeft laten plaatsen.
Ik heb Enexis gebeld. Ze zagen hun fout in, maar wilden niets veranderen, omdat ik alle post die ik krijg niet naar ze terugstuur.
Zij sturen mij iets wat ik niet wil hebben en daarna worden ze pissig als ik de rommel weggooi.
Accountinghouse Gem. Ens is de Enexisafkorting voor betaalhoekje gemeente Enschede. Dat betaalhoekje doet ook niets, dus de rekeningen blijven liggen.
U kent elektriciteitsbedrijven: na een tijdje niet betalen word je afgesloten.
Enschede betaalt niet en zit dus over enige tijd zonder stroom, hetgeen betekent dat de inwoners zonder stroom zitten. (augustus 2009)
Maar ik niet. Ik heb een aggregaat.
Loterij
Vraag iemand in uw buurt of hij een willekeurig getal onder de 50 in gedachten neemt. Daarna onder de 25 en vervolgens onder de 10.
Niet één keer goed geraden, hè?
Maar wel meedoen aan de staatsloterij met een kans van 1 op 8 miljoen.
En dan ook nog boos worden als niet 27,5 miljoen wordt uitgekeerd, maar slechts 5,5 miljoen.
U doet niet mee omdat u denkt dat u een kans maakt als het 1 tegen 8 miljoen is.
U doet mee omdat iemand de poet moet winnen en waarom u dan niet; een soort negatieve optie dus, maar wel eentje vol hoop.
U koopt een lot en u gaat zitten hopen.
Nou, wees dan blij dat er op 10 augustus maar 5,5 miljoen uitvloog. Het bedrag voor 10 september komt daardoor opnieuw op 27,5 miljoen. Dat is een heleboel hoop.
Natuurlijk wint u niet, en ik ook niet, dus wat kan het ons eigenlijk schelen wat de winnaar krijgt. Hoe minder hij ontvangt hoe beter, want als op 10 september opnieuw slechts eenvijfde wordt uitgekeerd blijft er voor de tweede keer 22 miljoen over en gaan we weer lekker collectief zitten hopen op rijkdom op 10 oktober. (augustus 2009)
Pompadres
Enexis meldde dat ze van mijn leverancier een verhuisbericht had ontvangen. Ik heette niet meer Peter de Zwaan, maar Accountinghouse Gem. Ens. Achter het adres stond het woord Pomp.
Ik gokte dat Gem gemeente zou moeten zijn en Ens niet de plaats in de Noordoostpolder, maar Enschede. Of ik voor transport Elekt. Netwerk (waarom hebben bedrijven vaak hoofdletterdwang?) 18 euro wilde betalen, als voorschot en per maand.
Een Enexismeneer verzekerde me dat de brief verkeerd in de bus was gestopt, of in de verkeerde bus, ik mocht kiezen. Het Pomp sloeg op een pomp bij de vijver aan de overkant, maar een pomp bij een vijver heeft nu eenmaal geen eigen adres, hahaha.
Toen ik zei dat de brief goed was bezorgd omdat Enexis mijn adres op de voorkant had geprint herhaalde hij zijn mededeling: verkeerd in de bus gestopt.
Alles wat ik hoefde te doen was de brief terugsturen, en, nee, helaas, hij kon zelf de fout niet herstellen, terugsturen was noodzakelijk.
Zo zitten de buren en ik met twee putten tegenover het huis die er vijf blijken te zijn, een smal kastje van hooguit een halve meter hoogte die volgens de meeste mensen twee meter breed en ruim anderhalve meter hoog is en die ik al ‘grafmonument’ heb horen noemen, en een pomp met een eigen adres dat, volgens een niet te achterhalen verhuisbericht, ook dat van mij is.
Maar, zei de Enexismeneer, het goede nieuws was dat ik de 18 euro in de maand niet zou hoeven betalen, als ik de brief maar terugstuurde.
Hij klonk een beetje somber toen hij het zei en ik vraag me nu af: als die 18 euro niet worden gestort, wordt dan de pomp afgesloten of zit ik straks zonder stroom. (augustus 2009)
Niks blues
Donderdag, mooi weer, blues in het centrum van Enschede.
‘Weet jij hoe laat?’
‘Ik kijk wel even.’
Agenda Huis-aan-Huis: niks.
Agenda Tubantia: niks
Reclameborden gemeente: niks.
Gegokt op 8 uur. Raak. een zanger/gitarist uit Texas werd aangekondigd. Hij zong beroerd, maar dat gaf niet, want hij was toch niet te verstaan.
De drummer en de basgitarist maakten zo’n brij van geluid dat het middenrif ervan trilde: als je geen goede muzikant bent, speel dan hard, dan valt het minder op.
Een uur later nog eens geprobeerd. Een van de vier versterkers was al opgeblazen, maar daar had niemand van geleerd.
Tips voor volgende jaar:
-doe een soundcheck
-huur een geluidsman die niet doof is
-huur muzikanten die het verschil weten tussen Amsterdam Arena en Markt Enschede
-huur muzikanten die de achtergrond van de blues kennen; 12 maten, drie akkoorden, hoe moeilijk kan het zijn.
Noem de avond niet Nix Blues, die naam is te makkelijk waar te maken. (augustus 2009)
Verlengde treinen
Boekenmarkt in Deventer. Op de website van de ns: ‘Ns zet verlengde treinen in.’
Op het perron een trein richting Deventer bestaande uit één treinstel, bomvol.
Later op de dag op een vol station in Deventer een mededeling voor de reizigers richting Enschede die wachtten op de intercity: ‘Het laatste treinstel blijft in Deventer achter’.
Maar wedden dat ze bij de spoorwegen boos op je worden als je zegt dat ze een stel vuile leugenaars zijn?
Omdat ik nieuwsgierig was naar het aantal bezoekers dat de regen had getrotseerd keek ik de dag erna in de krant. Duizenden abonnees op de grootste boekenmarkt van Europa, maar in Tubantia geen letter. (augustus 2009)
Auto gestolen
Hij keek uit het raam en zag geen auto. Gestolen.
Een week later keek hij uit het raam. Auto terug.
Tjonge, zeiden ze bij de politie, dat maken we niet vaak mee, en lagen op de voorbank echt twee kaartjes voor de schouwburg?
Ja, zei hij, ik denk dat de dief spijt had.
De politie dacht het ook en iedereen was opgelucht en tevreden.
Hij ging met zijn vrouw naar de schouwburg.
Toen hij thuis kwam waren al zijn waardevolle spullen verdwenen. (juli 2009)
Verboden te winkelen
Twee werkende jongeren voor een supermarkt, op zaterdag. Ze stonden, ze keken, ze baalden.
‘Moet je zien, die lui werken toch zeker niet meer.’
‘Veel te oud. Die hebben de hele week de tijd.’
‘Waarom winkelen ze dan op zaterdag?’
‘Of ’s avonds als de mensen die werken snel boodschappen willen halen?’
‘Waarom is dat niet verboden?’
Een paar minuten later was de actiegroep VOWZZU opgericht: Verbod voor Ouderen om te Winkelen op Zaterdag en na Zeven Uur.
U gaat er meer van horen. (juli 2009)
Verdedigingssysteem
Het ministerie van defensie wil in Enschede geen gebouwen die hoger zijn dan 45 meter om verstoring te voorkomen van het radarluchtverdedigingssysteem.
Verdediging tegen wie.
Als Luxemburg of Denemarken echt boos op ons wordt dan weten ze voor hun raketten toch zeker wel een route die korter is dan via Enschede?
Het systeem moet uitsluitend zijn gericht op het oosten. Maar als Wit Rusland gaga wordt zouden ze dat in Polen en Duitsland dan niet merken? En zou niet iemand ons ministerie bellen: Hé, jongens, kop in, Wit Rusland doet rot?
Er is vast iemand die belt, of mailt, of smst, of twittert.
Het enige waarvoor het systeem zin kan hebben is als verdediging tegen Duitsland: dat overkomt ons niet nog een keer, wij zijn er klaar voor.
Als Enschede hoog bouwt zijn we dus volgens defensie weerloos tegen Duitsland, als Enschede onder de 45 meter blijft zijn we veilig. Duitsland komt dan wel, maar alleen op zaterdag, voor de markt. (augustus 2009)
Stenen bomen 2
Op deze website schreef ik over de wondere manier waarop de gemeente bomen vorm leek te willen geven; zie ‘stenen bomen’.
Ik stuurde het stukje naar de gemeente.
De dag erna werden de stapels stenen weggehaald.
Dat kwam natuurlijk niet door het stukje dat ik stuurde.
Het kwam door veranderd inzicht bij een ambtenaar.
Bij ambtenaren kunnen inzichten niet vaak genoeg worden veranderd. (juli 2009)
Scootmobiel
Enschede is de hoofdstad van de scootmobiel. Een stad moet zich ergens mee op de kaart zetten. Iedere gehandicapte heeft zijn scootmobiel, ook iedere gehandicapte aan wie je de handicap niet af ziet.
De meeste scootmobielbezitters weten wat de kortste weg is tussen twee punten: de rechte lijn. Ze leggen die lijn af met hoge snelheid, het maakt niet uit wie of wat zich tussen de punten bevindt.
Winkelen in Enschede is soort wedstrijd. Wie drie keer winkelt en niet is geramd krijgt een kruisje. Wie veel winkelt, maar nooit aan een kruisje toekomt is snel rijp voor een scootmobiel. (juli 2009)
Hardloopvogel
In de tuin loopt een vogel. Vink, zegt mijn vrouw. Merel, zeg ik. Het zal dus wel een spreeuw zijn. Het beest is een hardloper, doe een stap in zijn richting en hij breekt een nieuw record.
Vliegen doet hij als het echt niet anders kan. Maar zo snel mogelijk is hij terug op aarde.
Met trots meld ik u de eerste vogel met vliegangst. (juli 2009)
Een vrouw als baas
Veertig jaar had hij gewerkt. En zich een positie veroverd waarin hij enige vrijheid had. Een jaar voor zijn pensioen kreeg hij een nieuwe baas, een vrouw. Van haar moest hij terug in het keurslijf, doen wat hij te lang had gedaan en was gaan verfoeien. Hij zit nu zijn tijd uit, nog een jaar, nog elf maanden, nog ...
Een poosje later hetzelfde verhaal van een man die nog twee jaar moest. Ook een vrije positie. Ook een nieuwe baas, een vrouw met ambities. Ook hij moest alle verworvenheden inleveren.
Nog 24 maanden, nog 23, nog 22 ...
Hun tijd zal het wel duren, ze doen geen stapje extra meer.
‘Ligt het aan het feit dat je baas een vrouw is?’, vroeg ik.
‘Ja,’ zeiden ze. ‘Vrouwen hebben geen idee hoe het is als je veertig jaar hebt gewerkt en nog maar even moet en ze willen het niet weten ook.’ (juli 2009)
Attestatie
Wanneer leef je. Als je ergens verschijnt en ze naar je kunnen kijken? Als je met iemand praat?
Zo eenvoudig is het niet.
Ik sprak met iemand die over lijfrentes gaat, maar dat praten vond hij geen bewijs van leven.
Of ik een attestatie de vita kon sturen hetgeen bewijs van leven betekent.
Die hebben ze bij de gemeente, attestaties, voor 10 euro 10 per stuk kun je ze verkrijgen.
Door de attestatie leef ik meer dan door het tikken van dit stukje.
Maar volgende maand dan, vroeg ik de man van de lijfrente, hoe weten jullie dan dat ik nog leef of wil je elke maand een schriftelijk bewijs.
Dat hoefde niet. Eén was genoeg. Als ik daarna dood zou gaan had hij er geen last meer van. (juli 2009)
Stenen bomen
De twee putjes die bij de vijver tegenover mijn huis zouden worden gemaakt bleken putten te zijn van grote omvang. Het smalle kastje met een hoogte van een halve meter, bleek een kast waar je niet overheen kunt kijken. De werkzaamheden van twee weken duren al bijna drie maanden.
Een buurman werd boos en ging mailen en bellen.
Toen kwamen er twee mannen van de gemeente.
‘Er is veel fout gegaan. Sorry. Misschien is de kast te camoufleren met een paar boompjes.’
Een dag voor het begin van de bouwvak werden stapels stenen voor de kast gezet.
De omwonenden weten niet wat te kiezen:
a. de gemeente heeft zich voorgenomen consequent te zijn en te blijven liegen.
b. als de stenen zijn gechambreerd worden er over vier weken bomen van gemetseld. (juli 2009)
Wens van lezers
De krant die ik elke dag in de bus krijg (Tubantia) heeft een eigentijds jasje.
Het was de nadrukkelijke wens van lezers.
De krant lijkt nu nog meer op Spits en Metro.
De volgende, logische, stap is dat Tubantia ook gratis wordt.
Volgens de nadrukkelijke wens van lezers. (juli 2009)
Kleine grabbelaars
Kranten kunnen bestuurders de maat nemen. Soms doen ze dat ook. Zoals in de regionale krant die ik lees. Dan vallen ze uit en zijn ze keihard. Er zijn, in Twente en Salland, bestuurders die hun onkosten declareren, zelfs de fooi die ze geven, en het garderobegeld. Het is een schande. De bestuurders zijn kleine grabbelaars.
Burgemeesters en wethouders zijn er om bespot te worden, wat moet je anders met ze? Luisteren als ze iets vertellen en ja knikken, terwijl je weet dat het toch anders zal gaan?
Maar als je spot of hoont, zoek dan iets spot- en hoonbaars. Doe niet lullig over een paar centen. Als een burgemeester met 100 euro op zak naar zijn werk gaat en hij komt met 44,65 thuis dan declareert hij 55,35 beroepskosten. Zo hoort dat, bij een gemeente en bij een krant. Hoe het gaat bij gemeentes leest u in de krant, hoe het gaat bij kranten leest u nergens.
Ik heb 15.000 declaratieformulieren van journalisten gezien en geloof me: in de journalistiek is 100 min 44,65 meestal heel wat meer dan 55,35. (juli 2009)
Kees
Kees van Anrooij sprak een bericht in op mijn mobiel. Hij denkt dat ik Maarten ben. Hij denkt dat ik iets weet van de internationale registratie Gelderland-Zuid. Hij wil daar een briefje over.
Luie bliksem, Kees. Belt mij. Hoort niet dat ik niet Maarten ben. Wil wel dat ik hem een briefje stuur.
Dat doe ik niet. Ik ken geen Kees van Anrooij. Ik hoop dat hij ruzie krijgt met Maarten die nergens van weet en daarom niet reageert. (juli 2009)
Versnelling lager
Ze is er een van het slag dat altijd ja zegt. Kun je dat nog even doen voor je weggaat? ‘Ja’. Zou je nog even, heel snel ... ‘Ja.’
Ze was iedereen ter wille, maar na verloop van jaren begon het aan haar te vreten.
Nooit op tijd weg van het werk. Nooit op tijd thuis.
Ze kreeg last van haar maag en begon op te zien tegen haar werk.
Toen zei iemand: ‘Weet je wat jij moet doen. Je moet een papiertje in je zak stoppen waarop staat: Versnelling lager. Elke keer als je te snel werkt omdat je iets af wilt hebben of te lang doorgaat omdat een ander je met iets opzadelt klop je op je zak en zeg je: Ho, even een versnelling lager.’
Ze vond het een raar idee.
Maar ze deed het wel en als er te veel druk op haar wordt uitgeoefend klopt ze op de zak waar het papiertje in zit.
Versnelling lager, denkt ze dan.
Ze voelt zich stukken beter. (juli 2009)
Bij de supermarkt
Ik sta bij de supermarkt met te veel boodschappen voor twee fietstassen. Ik ben niet de enige. De man met de blindenstok heeft ook te veel. Het kost hem moeite de boodschappen er in te stouwen. Het kost hem ook moeite het winkelwagentje op zijn plaats te krijgen. Als hij terugloopt tikt hij met zijn stok tegen het trottoir, tik stoeprand, tik verkeerd geplaatste fiets, tiktik kratje. Terug bij zijn fiets pakt hij de stok. Hij is opvouwbaar en in alle rust maakt de man van de stok een stokje. Het stokje gaat in zijn binnenzak. Dan stapt hij op zijn fiets en fietst hij weg. Kaarsrecht.
Ik kijk of ik iemand zie met een verborgen camera. (juli 2009)
Mannen op een bankje op de markt
‘Zie je hem daar. Daar was ik altijd bij. Kan niet meer, hij mag niet meer alleen weg van zijn vrouw. Toevallen.’
‘Net als mijn buurman. Loopt nou achter een rollator. Niet erg hard. Die zien we hier nooit meer.’
‘Mijn broer is gevallen met de brommer. Twee heupen gebroken. Hij is net 52, maar toch: twee heupen tegelijk.’
‘Ik heb niks.’
‘Ik ook niet. Nooit wat. Als ik naar de dokter ga dan zegt-ie dat ik niks heb.’
‘Alleen wat koppijn, af en toe, en de maag. Ze zeggen dat mijn gaalblaas er uit moet, maar ik zeg: Laat maar zitten, zoveel pijn doet-ie niet.’
‘Mijn arm wil niet. De linker, maar wat doe je nou met je linkerarm als je rechts bent.’
‘Zo is dat. Jammer van de gezelligheid, maar ik moet naar huis. Vijf uur thuis, zei mijn vrouw, dus ik ben vijf uur thuis.’
‘Ik moet naar het ziekenhuis. Daar ligt mijn vrouw. Darmkanker. Ook niet leuk.’ (juni 2009)
Contactpersoon
Alle Enschedese ondernemers hebben van de gemeente een contactpersoon toegewezen gekregen.
Het staat in de krant en waarom zou de krant over zoiets liegen.
Ik ben ondernemer. Ik wilde het niet, maar ik werd het omdat de belastingsdienst zei dat ik, schrijver, een ZZP-er was, een Zaak Zonder Personeel-er, en de Kamer van Koophandel eiste dat ik me liet inschrijven. Sinds die tijd ben ik directeur van De Zwaan Boek.
Ondernemer dus. Maar mooi niets gehoord van de gemeente. Geen contactpersoon gezien.
Iets verderop in het krantenstukje staat een uitspraak van wethouder Helder: ‘Een goede dienstverlening staat bij de gemeente hoog in het vaandel.’ (juni 2009)

VOORAF
Het feuilleton 'Clandestiene streken op een cruiseschip' is afgerond en verwijderd. Aan het volgende deel wordt nog niet gewerkt.
Clandestiene streken op een cruiseschip
Aflevering 38: DE OPDRACHT VAN KAPITEIN HOLDERT
‘Helemaal niets,’ zei Arie. ‘Jan zit achter Bruce Jonaths aan die achter Antonio aanzit en Jan ziet Antonio als de Man van Vijf Miljoen. Als Jan in dat soort termen denkt dan is hij vasthoudender dan een nijdige terriër. Vroeg of laat horen we van hem en dan schieten we te hulp.’
Holdert keek op zijn horloge. ‘Over drie uur vertrekken we. Jullie verwachten Jan niet op tijd terug?’
‘Nee,’ zei Arie.
‘Maar jullie blijven aan boord?’
‘Tot nader order van Jan. Hij weet waar we zijn. Morgen zijn we in Huatulco en vandaar kunnen we gaan waar we willen.’
‘Mooi,’ zei Holdert. Hij keek bijna stralend. ‘Heel mooi. Prachtig zelfs.’
Arie kromp in elkaar door de toon en Bob ging een stukje verder achteruit.
‘Waarom, kapitein?’ vroeg Bob voorzichtig.
‘Omdat nu het leuke deel van de bijeenkomst volgt. Leuk voor mij, wel te verstaan. Voor jullie aan boord kwamen kreeg ik een telefoontje van reder Roos, de vader van dat vriendje van je dat zo te zien te veel worst in zijn buik heeft gestopt. Hij zei dat jullie zouden komen en dat als er iets bijzonders gebeurde aan boord jullie dat ongetwijfeld zouden opmerken en zouden melden. Daar was geen gerichte opdracht voor nodig, zei hij. Hij gaf mij er wel een.’ De glimlach werd breder en breder. ‘Weten jullie wat voor dag het vandaag is?’
‘Donderdag?’ zei Arie zwakjes.
‘Formele dag,’ zei Holdert. ‘Formal day en dat betekent dat jullie vanavond in smoking naar de eetzaal moeten. Ik heb ze klaar laten leggen in jullie hutten, compleet met vlinderstrik, vest, buikband en glimmend gepoetste zwarte schoenen.’ Hij straalde nu van oor tot oor. ‘De opdracht van reder Roos was: zorg dat ze zich aan regels houden. Zorg voor discipline. Dat ga ik doen zolang jullie aan boord zijn, zorgen voor discipline. En nu mijn hut uit. Kleed je op tijd aan en wees op tijd in de eetzaal. Jullie zitten bij mij aan tafel. Eén vlek op een schoen en ik laat je de schoenen van de hele bemanning poetsen. Dat zijn er meer dan 1500, geloof ik.’
Hij begon te lachen. Dat deed hij nog steeds toen Bob en Arie al in de gang stonden. Het laatste wat ze van hem hoorden was: ‘Dis-ci-pli-ne.’ Bij elke lettergreep klonk het geluid van iemand die hard tegen een plak hout sloeg.
De verdere avonturen van Jan, Bob en dikke Arie
lezen jullie misschien, ooit, in:
Prijsschieten op
een premiejager